Publicaties

SUBMTITLE

Tentoonstelling 'Hertha's leven" in de synagoge Groningen

Fotodagboek door RELI AVRAHAMI

Publicatie in het Dagblad van het Noorden 8 maart 2014

 

INTERVIEW met RELI AVRAHAMI , door Marieke Voppen

De beroemde Israëlische fotografe Reli Avrahami legde het leven van haar Joodse moeder Hertha Denneboom uit Leek vast.
De foto’s hangen vanaf 9 maart in de Synagoge Groningen.
 
LEEK Tijdens Reli’s jeugd vertelde haar moeder nooit over de oorlog.,,De oorlog was een geheim’’, zegt
Reli Avarahami. ,,Mijn moeder bouwde een nieuwleven op in Israël. Ze leerde een nieuwe taal. Er was
geen tijd om over het verleden te praten. Ik wist dat mijn moeder in de jaren tachtig naar Amsterdam ging
voor de onderscheiding van de familie die haar onderdak bood tijdens de oorlog. Maar pas in de jaren negentig,
toen mijn moeder al 60 was, hoorde ik over het verhaal van Leek’’, vertelt Reli.
Moeder Hertha groeide op in Leek, het Joodse schooltje daar was de plek waar ze Hebreeuwse les had.
Ook leerde ze er over de Joodse cultuur. Hertha overleefde met haar zus en moeder de oorlog door onder te
duiken bij verschillende families in Zeist. ,,We zijn samen op zoek gegaan naar dat huis waar mijn moeder een
jaar lang onderdook. Er woonden heel aardige mensen en we mochten binnenkomen’’, zegt Reli.
Na de oorlog emigreerde moeder Hertha Denneboom (1931) samen met een zus naar Israël. Hun moeder
kwamlater. In Israël kwamen de zussen terecht in een kibboets. Dit was ook de plek waar Hertha haar man
leerde kennen. Reli werd geboren in Israël en ging fotografie studeren.
Dat het verhaal over het Joodse schooltje bij de moeder naar boven kwam, was te danken aan de vrijwilligers
uit Leek die zich bekommerden omhet oude schooltje dat na de oorlog verloederde en uiteindelijk werd gesloopt.
Dat troosteloze einde zinde veel inwoners niet en in 1995 kwam er een replica in het dorp, die nu dienst doet als museum.
Bij de bouwvan de replica gingen de initiatiefnemers op zoek naar overlevenden van de oorlog.
Bij die zoektocht kwam Hertha in beeld en zo maakte Reli decennia na het vertrek van haarmoeder uit Leek
foto’s in Het Joodse Schooltje. Bij het fotograferen van het schooltje in Leek kwamen niet zo veel emoties boven, dat lag anders bij het onderduikadres in Zeist. ,,Het moment dat mijn moeder de kamer betrad waar ze tijdens de oorlog zat
was heftig’’, vertelt Reli. ,,Er kwamen toen allemaal herinneringen boven. Bijvoorbeeld dat ze zelden naar buiten mocht.’’
Tijdens hun verblijf in Nederland sliepen Reli en Hertha in een ‘bed and breakfast’ in de buurt van Leek.
Hertha zag er een bedstee en ging erin liggen. Het herinnerde haar aan vroeger. ,,In de bedstee viel mijn
moeder in slaap’’, zegt Reli. ,,Daar maakte ik toen een foto van.’’ Reli besloot haar moeder ook in Israël te fotograferen.
,,De foto’s gaan niet alleen over historische of memorabele plekken. Ik wilde mijn moeder ook vastleggen tijdens alledaagse
activiteiten.’’ Een voorbeeld daarvan is wanneer Hertha haar haren verft in de woonkamer. Moeder en dochter spelen ook een
rol in de serie ‘Een Gronings-Joodse Erfenis’ van Beno Hofman over vier Joodse families uit de omgeving van
Groningen. Hofman reisde in september af naar Israël om het leven het Hertha vast te leggen.
Deze week is Hertha samen met haar dochterweer even terug in Groningen.
Ze bezoeken Museum Het Joodse Schooltje en reizen ook af naar Zeist, waar ze op bezoek gaan bij leden van Hertha’s onderduikfamilie. Zondag zijn ze aanwezig bij de opening van de fototentoonstelling in de Synagoge van Groningen.
De tentoonstelling ’Hertha’s leven’ in Synagoge Groningen is te zien van 9 maart tot 20 april.
Expositie Hertha’s leven
De tentoonstelling ’Hertha’s leven’
in Synagoge Groningen is te zien
van 9 maart tot 20 april.
 
 

 

Publicatie in het Dagblad van het Noorden zaterdag 24 april 2010.

Dagblad van het Noorden zaterdag 24 april 2010 door Frank von Hebel

Viering derde lustrum het Joodse Schooltje

Het Joodse Schooltje in Leek bestaat 15 jaar. Dit lijkt wat kort, vooral omdat de joodse school in 1855 Bezoek van een schoolklaswerd gebouwd. Het karakteristieke gebouwtje aan de Samuel Leviestraat is dan ook niet de originele school, maar een replica. "Alleen de roosters in het plafond zijn authentiek", vertelt secretaris Fenna van der Zwaag.

Na de oorlog waren er geen leerlingen meer. Het godsdienstschooltje, dat op een steenworp afstand van de kopie lag, kreeg in de jaren daarna tal van functies. Het raakte steeds meer in verval. Zo'n 15 jaar geleden moest het plaatsmaken voor een fietspad. Een aantal inwoners begreep dat er wat moest gebeuren, wilde iets van het joodse verleden van Leek bewaard blijven. Dus werd even verderop de school steen voor steen herbouwd.

Het Joodse Schooltje is nu een museum. Van der Zwaag en mede-bestuurslid Anneke Michel geven vaak voorlichting aan scholieren. Het museum staat aan de Samuel Leviestraat. Hij was een slager. Boven de deur in het museum hangt een vergeelde Nederlandse vlag. Michel: "Die gaf hij in de oorlog aan een klant met het verzoek deze voor hem te bewaren."

Levie werd opgepakt en vermoord in Auschwitz. Zijn naam staat op een van de herdenkingsplaquettes die op de zijgevel van de school zijn bevestigd. Hierop staan alle namen van de joodse inwoners die nooit zijn teruggekeerd.

Duitsers kwamen tijdens de sabbat.

De eerste melding van een joodse inwoner in Leek stamt uit 1705. De meeste joden kwamen uit Duitsland. De synagoge werd begin 19de eeuw gebouwd. De Joodse School, waar vooral godsdienstonderwijs werd gegeven, kwam in 1855. Veel inwoners, waaronder een groot aantal jongeren, vertrokken aan het eind van de 19de eeuw naar de grote steden vanwege de haperende economie. Voor het uitbreken van de  Tweede Wereldoorlog telde Leek nog zo'n 70 joodse inwonerd. In de zomer van 1942 werden de eerste joden, de jongens en mannen, weggevoerd. Op vrijdagavond 27 november van dat zelfde jaar werden de resterende joden opgepakt en naar het gemeentehuis gebracht. De Duitsers wisten dat alle joden thuis waren vanwege de sabbat. Alle inwoners die op die vrijdagavond waren opgepakt, zijn in concentratiekampen omgekomen. Enkeke inwoners die voortijdig waren ondergedoken overleefden de oorlog.

 

Interview gezusters Denneboom door Frank von Hebel
 

‘De oorlog heeft onze jeugd vernietigd’


Leek telde voor de oorlog 70 joden. Na de oorlog waren er nog 11 over. Een vitrinekast in het JoodsSelma en Hertha Denneboome Schooltje is alles wat nog aan hun bestaan herinnert. Selma (83) en Hertha (79) Denneboom kunnen zich het schooltje nog herinneren. Ze zijn de enigen. Alle andere leerlingen zijn in  de oorlog vermoord.

De bezetting duurde nu twee jaar. Selma Denneboom mocht bijna niets meer. Ze was een jodin. Onderwijs was verboden. Ze mocht niet naar het park. Het lidmaatschap van een niet-joodse vereniging was niet toegestaan. Eigenlijk was alles voor joden verboden. Maar in 1942 legde het 16-jarige meisje zichzelf nog een verbod op. Ze zou niet lachen totdat ze wist wat er met haar vader Herman Denneboom was gebeurd. Hij was in datzelfde jaar naar Westerbork vervoerd. Ze hield haar belofte. Drie jaar lang. Maar toen ze in 1945 de naam van haar vader van een lijst van het Rode Kruis las, lachte ze nog steeds niet. Het was een dodenlijst.

Het gezin Denneboom bestond voor de oorlog uit vader Herman, moeder Eva, de dochters Ducie, Selma en Hertha en een grootvader Hartog. Herman Denneboom had een goed lopende manufacturenzaak in Leek. Hij kreeg in 1942 de oproep zich te melden voor transport naar Westerbork. "Hij had kunnen onderduiken", vertelt Selma. "Hij ging met zijn waren de boer op en kende veel mensen die hem wilden helpen. Hij deed het niet. Hij was bang voor wat er met zijn gezin zou gebeuren. Die Duitsers waren zo uitgekookt. Ze pakten eerst de mannen op, degenen die zich wellicht konden verzetten. Ik kan me de dag dat onze vader de oproep kreeg nog heel goed herinneren. Die avond huilde hij."

Hertha: "De zaak was op dat moment al gesloten. Niet-joden mochten geen inkopen doen bij joodse zaken. Mijn vader was vervolgens bij een kwekerij gaan werken. Hij was die dag erg zenuwachtig. Bij de haard in de huiskamer vertelde hij dat hij naar Westerbork moest. 'Het is niet erg', zei hij. 'We gaan naar een werkkamp'. Maar hij had tranen in de ogen. Hij wist ook wel dat er iets niet in orde was."

Ducie Denneboom, de oudste zus, werd waarschijnlijk in 1942 met haar opa tijdens een razzia in Groningen opgepakt. Zij had zich in 1942 verloofd met Leo van Essen. Op 17 juli trouwden ze voor de wet. Selma en Hertha kwamen er pas na de oorlog achter dat een dag voor hun trouwen Herman Denneboom van Westerbork naar Auschwitz werd gebracht.  Een maand later was hij dood. De huwelijksvoltrekking in de synagoge, de choepa, zou op 23 augustus plaatsvinden. Maar op 20 augustus werd Leo opgepakt..Hij werd evenals  herman en hartog Denneboom in Auschwitz om het leven gebracht. Ook Ducie liep uiteindelijk door de poort van Auschwitz. "Ze kwam in het kamp voor medische experimenten van Mengele terecht", vertelt Selma. "Toen de Russen in de buurt kwamen, werden zij en andere gevangenen naar Bergen Belsen gebracht. Daar moesten ze lopend door de koude naar toe." Hier is zij later bezweken, enkele weken voor de komst van de geallieerden.

Selma, Hertha en haar moeder Eva overleefden de oorlog, omdat ze waren  ondergedoken. “We zaten in Zeist", vertelt Selma. "Via een zakenrelatie waren wij daar terecht gekomen. Mijn moeder en Hertha zaten bij een streng gereformeerd gezin. Ik was ook bij heel christelijke mensen ondergebracht. Zij zaten slechts een paar straten bij elkaar vandaan.. Maar ik heb ze in die jaren bijna niet gezien. Ik mocht er alleen 's nachts even uit om een luchtje te scheppen." Hertha herinnert zich het echtpaar bij wie zij ondergedoken zat, nog goed. "We nemen je aan in de naam van Jezus", zeiden ze.

Hertha vertelt dat ze haar zus pas tegen het einde van de oorlog weer zag. "Ze stond in de rij voor de gaarkeuken." De zussen reisden na de oorlog samen terug naar Leek. "In de tram van Drachten naar Leek werden we door een conducteur herkend. Hij was dolblij, dat hij een paar bekende gezichten zag die de oorlog hadden overleefd."

Moeder en dochters trokken weer in hun oude woning. Hun meubels waren verdwenen. De Duitsers hadden deze in beslag genomen en ze naar hun vaderland gestuurd. Hier werden ze dankbaar ontvangen door Duitsers waarvan de woningen door de bombardementen zwaar waren beschadigd. "Maar ons huis werd opnieuw ingericht. Nu met meubels van NSB'ers", weet Selma nog.

De vrouwen Denneboom emigreerden enkele jaren later naar Palestina. "We waren van huis uit echte zionisten", vertelt Hertha. "Wij vertrokken in 1948. Mijn zus en ik kwamen ieder in een kibboets terecht. Daar hebben we ook onze mannen leren kennen. Onze moeder kwam later."

De oorlog reisde met hun mee. "Onze mannen zijn allebei officieren in het leger geweest", vertelt Hertha. "Onze kinderen en kleinkinderen hebben ook in dienst gezeten. Er is altijd oorlog in ons leven geweest."

Selma heeft drie kinderen, veertien kleinkinderen en zeventien achterkleinkinderen. Hertha kreeg drie dochters, acht kleinkinderen en vier achterkleinkinderen. Hun kinderen hebben een jeugd gekend. En ze hebben familie. "Onze familie is voor een groot deel vermoord", zegt Selma. "En we hadden een grote familie. De oorlog heeft onze jeugd vernietigd."

Brief van kampgenoot Ducie Denneboom  

Ducie Denneboom overleed in het concentratiekamp Bergen Belsen. In de Joodse School wordt een brief van 28 oktober 1945 van een oud-kampgenote bewaard. Ze schrijft onder meer:

Na een paar maanden wist ik al dat Leo van Essen (de echtgenoot van Ducie redactie) dood was. We hebben het Ducie niet direct gezegd, maar vanaf het ogenblik dat ze het wist, is ze ziek geweest, heeft niet meer gegeten en is volkomen afgezwakt en vermagerd. Ze heeft dan ook de ontberingen in Bergen Belsen, waar het ontzettend was, niet kunnen doorstaan en is eind maart van dit jaar ellendig gestorven…..

Misschien weet je dat er geregeld selecties van muzelmannen (een gevangene in een concentratiekamp die door de ontberingen geheel apathisch is geworden, redactie) gehouden werden, d.w.z. dat de zieken (en ook wel gezonde) joden naakt voor een s.s. commissie moesten defileren en dat dan werd aangewezen wie over twee dagen vergast zou worden. Leo is ook door zo'n selectie overleden.

 

 

Rechts felicitaties van familie en vrienden bij de verloving van Leo van Essen en Ducie Denneboom 5-10-1941 in Leek. 

 

 

 

Het wonder van de brief

Donderdag 22 april vierde het Joodse Schooltje in Leek haar 15-jarig bestaan. Op deze dag werd ook de documentaire Het wonder van de brief van filmmakers Hans Wynants en Gerald van Bronkhorst. Die vertelt het verhaal van godsdienstleraar Jacob van Dam die in Leek was geboren. Van Dam schreef in het begin van de vorige eeuw een brief aan zijn verloofde. Deze werd in1990 teruggevonden bij de verbouwing van een huis in Amersfoort, de plaats waar Van Dam voorganger van de joodse gemeente is geweest. De vinders volgden het spoor van de brief naar Auschwitz waar Van Dam werd vermoord. Uiteindelijk kwamen ze uit bij zijn dochter die in Chicago woont.  

Oud Genoeg

 

Leeuwarder Courant 14 april 2009 , pag. 12

 

Oud genoeg?

Watoars

 

willem altena

 

Je hoeft er geen entree te betalen. Misschien is dat

wel omdat het er zo klein is. Maar dan zou je er

toch altijd nog kleingeld voor kunnen vragen.

Het Joodse Schooltje. De deur is nog op slot. Hoge

ramen rondom. Kinderen moeten op hun tenen staan

om naar binnen te kijken. Het is maar één lokaal. Er

staan geen banken in, zo te zien. Wel een gedekte tafel,

met gevulde wijnglazen.

Aan de buitenmuur, aan de zonnige straatzijde in

hartje Leek, hangen drie levensgrote dodenlijsten van

graniet. Wie waar wanneer stierf. Vught, Bergen-Belsen,

Sobibor, Birkenau, gruwelkampennamen die nooit

echt wennen. Dennebomen, Woudstra’s, Levie’s.

De Duitse bezetters namen eerst de mannen mee.

Dat was in de zomer van 1942. Op een late avond in

november werden de vrouwen en kinderen opgehaald.

Met de Drachtster Tram via Groningen naar tussenstop

Westerbork. Van de 61 afgevoerde Joden keerde

geen levend terug.

De oudste is de 86-jarige Mozes Cohen. Elzina Oudgenoeg

werd veertien jaar. Was dat oud genoeg? Een

week na Sinterklaas is ze in Auschwitz vergast, met

haar moeder, vrijwel meteen na aankomst met de veewagentrein.

Bij een kennis in Leek was toen al de briefkaart

van Roos Oudgenoeg op de deurmat gevallen.

Vanuit Westerbork verstuurd. De tekst is op een van de

zwarte stenen afgedrukt. ,,We hebben goede moed”,

liet ze het niet-Joodse thuisfront weten.

Anneke Michel tikt me op de schouder. Of ik misschien

naar binnen wil? Ze is onbezoldigd conservator

van Het Joodse Schooltje. Ze is na-oorlogs en een van

de vrijwilligers van de museumstichting die in 1992

werd opgericht.

Ze vertelt dat haar turfstekersdorp al in zeventienhonderd

Joodse burgers telde. Twee eeuwen later

waren het er rond de tweehonderd. Door de trek naar

de grote steden daalde dat aantal daarna weer. Na de

oorlog werd de synagoge een groentewinkel en ging

vervolgens tegen de vlakte. Hetzelfde lot leek in 1994

het vlakbij gelegen en als schuurtje gebruikte godsdienstlesschooltje

beschoren, toen er een fietspad

moest worden aangelegd.

De Leeksters braken het pandje af. Maar historischbewust

als ze zijn, bouwden ze het steen voor steen op

de centimeter nauwkeurig op een nog mooiere plaats,

100 meter verder aan de Samuel Leviestraat, weer op.

Over elk voorwerp weet Anneke wel wat te vertellen.

We zitten, zonder ervan te mogen nuttigen, aan de

seidertafel. Gedekt ter gelegenheid van Pesach, het

Joodse paasfeest dat eerder begon en langer duurt –

tot morgen – dan zijn christelijke evenknie. Ik ruik aan

de uitgeschonken rode wijn. Die heeft na een weekje

ademen de beste tijd wel gehad.

Het Joodse Schooltje trekt ieder jaar zo’n duizend

bezoekers. Daar zitten de leerlingen van de scholengemeenschap

De Borge nog niet eens bij. Als ze binnenkomen

zetten sommige jongens en meisjes het gezicht

op zeer ongeïnteresseerd. Maar ze kijken altijd héél

anders als ze vertrekken. Elzina Oudgenoeg werd maar

veertien jaar. Zíj mogen nog eventjes doorleven.

Dat geluk hadden in 1942 in Leek ook een moeder en

haar twee dochters. Ma vertrouwde het zaakje niet en

vond een onderduikadres in Zeist. De drie overleefden

de oorlog. De dochters, inmiddels in de tachtig, wonen

sindsdien in Israël.

De fitste van de twee kwam onlangs langs, met haar

beide dochters. Van Anneke Michel kregen ze een

privérondleiding. Na afloop deponeerden ze enig

grootgeld in de pot met vrijwillige bijdragen, vlak naast

de schooldeur.