Info

SUBMTITLE

Tentoonstelling Shalom & Moi

 

  

Of Ga naar link :

scripts/getfile.php?id=553 

 

Op donderdagmiddag 3 september 2015 is de tentoonstelling "Shalom en Moi" onder grote belangstelling geopend. Na een openingswoord door Gitta op den Akker, directeur van  Museum Nienoord gaf zij het woord aan de sprekers: Burgemeester Berend Hoekstra van Leek, de heer Oosterman van de "Wandeling Leek-Westerbork" en de heer Ronald Leopold, directeur van de Anne Frank Stichting.
Ronald Leopold maakte indruk met zijn persoonlijke toespraak. (zie hier onder)
De expositie loopt nog tot 1 november a.s. en geeft een goed beeld van het leven van Joden in Westerkwartier en Noordenveld. De gebruiken en rituelen worden belicht evenals de contacten tussen Joodse en niet- Joodse buren.
De tentoonstelling is tot stand gekomen door samenwerking van museum Nienoord, HK Leek, het Groninger Archief en Museum het Joodse schooltje Leek en is samengesteld door Willy van der Schuit.


Ronald Leopold en Gert van Klinken
 

 

 Foto expositie Hertha 's Leven, over Hertha Caspi-Denneboom gemaakt door haar dochter Reli Avrahami.

 

 

 Loofhut met attributen 

 

 

TOESPRAAK OPENING TENTOONSTELLING ‘SHALOM & MOI’ IN LEEK DD. 3/9/2015

Dames en heren,

Vandaag op de kop af 71 jaar geleden, op 3 september 1944, vertrok vanuit Kamp Westerbork het laatste transport uit Nederland naar Auschwitz. Op de transportlijst staan de namen van 1023 personen, allemaal Joden. Onder hen Anne Frank, haar oudere zus Margot, haar vader Otto, haar moeder Edith en de vier andere onderduikers uit het Achterhuis aan de Prinsengracht in Amsterdam. Een maand eerder, op 4 augustus 1944, waren ze gepakt, waarschijnlijk na verraad. Het was het einde van een onderduik die dankzij de moedige inzet van een klein aantal helpers ruim twee jaar had geduurd. In die periode was bij de onderduikers allengs de hoop op overleven gegroeid. Ze hadden in juni van dat jaar het nieuws gehoord over de invasie in Normandië en hielden sindsdien de opmars van de geallieerden nauwgezet bij. De vrijheid was in aantocht! In januari van dat jaar schreef Anne Frank in haar dagboek: ‘(de helpers hebben) ons er tot nu doorheen getrokken en (zullen) ons hopelijk helemaal op het droge afleveren.’ De gebeurtenissen op die fatale ochtend van 4 augustus 1944 boorden die hoop de grond in. Na enkele dagen in een politiecel in Amsterdam te hebben doorgebracht werden de acht onderduikers eerst naar Kamp Westerbork overgebracht en vervolgens via Auschwitz naar verschillende concentratie- en vernietigingskampen. Van hen zou alleen Otto Frank de oorlog overleven.

Het allereerste transport vanuit Kamp Westerbork naar Auschwitz had ruim twee jaar daarvoor plaatsgevonden, op 15 juli 1942. Het is een transport dat voor de Joden uit Leek en omgeving een bijzondere en bittere betekenis heeft. Joodse mannen uit deze streek, die kort daarvoor waren opgepakt om zogenaamd tewerkgesteld te worden, zijn al met dat eerste transport gedeporteerd. Geen van hen heeft de oorlog overleefd. Dat geldt ook voor de andere gedeporteerde Joden uit Leek. De meesten van hen werden op de late sjabbesavond van 27 november 1942 uit hun huizen gehaald, verzameld in het gemeentehuis en van daaruit naar Westerbork afgevoerd. Die avond verdwenen de Joden uit Leek.

Het heeft tot in de jaren tachtig geduurd voordat de Jodenvervolging en de Sjoa in Nederland een volwaardige plaats kregen in het algemene geschiedbeeld van deze periode. De ontberingen en de terreur tijdens de bezetting in combinatie met het verlies van onze vrijheid en soevereiniteit hebben lang de herinnering aan de oorlog gedomineerd. Tekenend daarvoor is het feit, dat het Achterhuis aan de Prinsengracht in de jaren vijftig ternauwernood van de sloop is gered. Het kon namelijk niet beschouwd worden als een monument van historische of culturele waarde, aldus onze toenmalige regering in een brief aan een pleitbezorger voor behoud van dit huis.

Leek en omstreken vormden geen uitzondering op dit algemene beeld. In het Leek van de jaren zestig en zeventig, waarin ik ben opgegroeid, was de herinnering aan haar Joodse gemeenschap en haar vernietiging goeddeels afwezig. Ik herinner me een in eigen beheer uitgegeven boekje van Iwe Postema, toen nog kruidenier, over de familie van Dam, maar dat was het dan ook wel zo’n beetje. Ik ging naar de Centrumschool aan de Samuel Leviestraat maar het is pas ver na mijn schooltijd tot mij doorgedrongen dat die straatnaam een verwijzing bevat naar de Joodse geschiedenis van mijn dorp. Datzelfde geldt voor het gebouwtje aan het Boveneind dat we vanuit klas 5 en 6 konden zien en dat iets met Joden te maken zou hebben gehad. Leek bouwde in de jaren zestig en zeventig net als de rest van Nederland aan de toekomst en had weinig boodschap aan het verleden.

Gelukkig is de aandacht voor deze donkerste bladzijde uit onze geschiedenis sindsdien sterk toegenomen. Zie bijvoorbeeld het aantal bezoekers aan het Anne Frank Huis dat in ruim tien jaar tijd is verdubbeld en nog ieder jaar toeneemt met zo’n drie procent. Meer dan 1,2 miljoen mensen bezochten vorig jaar het Huis, 40% van hen is jonger dan 25 jaar.

Een vergelijkbare ontwikkeling doet zich voor bij de herinnerings- en herdenkingscentra in Nederland zoals Kamp Westerbork, Kamp Vught en Kamp Amersfoort en de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam. Ook zij signaleren al jaren een groeiende interesse en bezoekersaantallen.

 

Dezelfde toegenomen aandacht voor deze periode is in Leek zichtbaar en merkbaar, bijvoorbeeld in de vorm van de jaarlijkse herdenking en uiteraard door de herbouw van het Joodse schooltje in 1995. Ook het recente initiatief om zogeheten Stolpersteine neer te leggen bij de huizen waar voor de oorlog de Leekster Joden hebben gewoond past in dit patroon, net als de zojuist gepresenteerde wandelgids Leek - Westerbork . Al deze initiatieven zijn in de eerste plaats te begrijpen als een eerbetoon aan hen die er niet meer zijn. Ze werden uit het dorp verdreven en ver van hier vermoord om wie zij waren. Maar de hernieuwde aandacht is niet alleen een eerbetoon, ze heeft ook een eigentijdse functie. Anno 2015 moeten wij leven met het gegeven dat, zoals de toenmalige koningin Beatrix het twintig jaar geleden verwoordde in een rede voor het Israëlische parlement, het Nederlandse volk in de jaren 1940-1945 de ondergang van zijn joodse medeburgers niet heeft kunnen verhinderen. Dat geldt voor Amsterdam waar vandaan 60.000 Joden werden afgevoerd en vermoord, en dat geldt ook voor Leek, waar vandaan 61 Joden werden weggevoerd en vermoord. Dat is ruim 70 jaar na dato nog altijd een even pijnlijk als ongemakkelijk gegeven. Het dagelijks leven heeft de oorlog overwoekerd, de geschiedenis heeft zijn loop hernomen, nieuwe generaties zijn geboren. De huizen, waar eens de Joden hebben gewoond, aan de Bosweg, het Boveneind, de Schreiershoek, zijn opgeslokt door de loop van de geschiedenis en door nieuwe werkelijkheden.

Maar onder de nieuwe werkelijkheden in de straten van Leek ligt, net als in andere steden en dorpen van Nederland, de leegte die de vermoorde Joodse medeburgers hebben achtergelaten. Het is een leegte die weliswaar aan het oog is onttrokken maar die nog steeds doorwerkt in ons leven. Rika Oudgenoeg, ze was twee jaar toen ze in de gaskamers van Auschwitz werd vermoord, en Izak Levij, hij bereikte de leeftijd van één jaar, hadden nu misschien gewaardeerde of zelfs vooraanstaande Leeksters kunnen zijn, eenvoudige mensen zonder poespas, recht door zee, zoals we dat hier gewend zijn, leden misschien ook van een bloeiende joodse gemeente met een eigen sjoel midden in het dorp. Maar aan Rika herinnert nog slechts een mooie foto met een strik in haar haar, zoals het dagboek van Anne Frank in de serene leegte van het Achterhuis herinnert aan haar onvoltooide leven. Ze vormen littekens van afwezigheid die ons doen beseffen hoezeer ons land door de oorlog voor altijd is veranderd.

Dat brengt mij bij de eigentijdse functie van de groeiende aandacht voor de Jodenvervolging en de Sjoa. We geven ons over aan de lege plekken uit het verleden en de afwezigheid van dierbaren opdat we daarna weer in staat zijn verder te leven in de werkelijkheid van nu die zich zo moeilijk verhoudt tot de werkelijkheid van toen. Door hen die er niet meer zijn weer voor even in onze armen te sluiten, door het zoeklicht te laten vallen op wie zij waren en hoe zij leefden wordt het mogelijk om het grote verlies van toen deel te laten uitmaken van ons dagelijks leven. Dat geldt natuurlijk in de eerste plaats voor degenen voor wie dit verlies van persoonlijke aard is. Zij hebben verder moeten leven met het verlies van hun dierbaren, die nog altijd zo vreselijk worden gemist. Maar het geldt ook voor hen die geen persoonlijk verlies hebben gekend, een groep die met het verstrijken van de tijd steeds groter wordt. Zij moeten het gegeven dat ze nu wonen in een stad of een dorp waar zich nog niet zo lang geleden tragedies hebben afgespeeld zien te verenigen met hun alledaagse leventje in diezelfde omgeving. Of om de metafoor van de Stolpersteine te gebruiken: ze struikelen voor of zelfs in hun huis over de geschiedenis en willen tegelijkertijd in datzelfde huis een goed en zinvol leven leiden. Het verlies van toen en een betekenisvol leven nu met elkaar in harmonie brengen: daarom moeten we aandacht blijven geven aan wat er niet meer is.

De tentoonstelling ‘Shalom & Moi’ is daarvan een prachtig en voor mij, die in deze streek is geboren en opgegroeid, ontroerend voorbeeld. De tentoonstelling is onderdeel van een reeks initiatieven die gericht zijn op het in leven houden van de herinnering aan hen die van hun leven zijn beroofd. Die initiatieven geven in hun samenhang een rijk geschakeerd beeld van de Joodse gemeenschap in Leek en omstreken. Wat mij in deze initiatieven vooral heeft geraakt is de keuze om de Joden niet uitsluitend te portretteren als slachtoffers van de Sjoa, maar evengoed of misschien nog wel meer als bewoners van deze streek. We zien ze als Leeksters of Westerkwartierders, even gemakkelijk groetend met ‘shalom’ als met ‘moi’, even vanzelfsprekend verbonden met de eigen joodse gemeenschap als met de dorpsgemeenschap als geheel. Dat is ook de kracht en betekenis van deze tentoonstelling, die erin slaagt om via persoonlijke verhalen deze dubbele verbondenheid voelbaar te maken.

 

De initiatiefnemers en makers van deze tentoonstelling, de Samuel Levie Stichting/Museum het Joodse Schooltje, de Historische Kring Gemeente Leek e.o. en Museum Nienoord, kunnen daarvoor niet genoeg worden geprezen, net als de vele vrijwilligers die betrokken zijn bij de reeks aan activiteiten en alle overigen die in enigerlei vorm hun bijdrage hebben geleverd. Niet alleen ontrukken zij de vermoorde Joden uit deze streek aan de vergetelheid, maar zij stellen ons ook in staat om anno 2015 ons leven in de eigen omgeving betekenis te geven in het volle besef van de geschiedenis, van het rijke Joodse leven in deze streek en hoe daar een einde aan werd gemaakt. We houden Rika Oudgenoeg en Izak Levij in herinnering, net als Mozes Cohen die het niet gegeven was om thuis aan de Bosweg te sterven maar op zijn 86e naar Auschwitz werd gesleept om daar te worden vermoord. Ook al hebben we ze niet gekend, we voelen nog steeds hun afwezigheid. Hun geschiedenis maakt deel uit van ons heden.

Zichronam livracha , hun aandenken zij tot zegen. We zullen ze niet vergeten.

 

Ronald Leopold

algemeen directeur Anne Frank Stichting

 

 

 

 

 

HERDENKING 70 JAAR GELEDEN JODEN UIT LEEK WEGGEVOERD

Herdenking Westerbork 15-07-2012
en
Bijeenkomst bij Het Schooltje en het Gemeentehuis Leek 27-11-2012.

Afgelopen zomer hebben we op 15 juli in Westerbork herdacht dat 70 jaar geleden vrijwel alle Joodse mannen uit Leek tussen de 18 tot 55 jaar oud, op het allereerste transport van uit Westerbork naar Auschwitz werden afgevoerd.

 

         

Op 27 november 2012 was het precies 70 jaar geleden dat in de herfst van 1942 vrijwel alle resterende Leekster Joden bij een razzia werden opgepakt en vastgehouden in het gemeentehuis van Leek. Het was een vrijdagavond sjabbat, iedereen was thuis, en in het holst van de nacht werden ze uit hun huizen gehaald en naar het gemeentehuis gebracht.

 

                  

 

                  

 

             

 

Ter herdenking van deze gebeurtenis hebben de vrijwilligers van de Samuel levie Stichting zich op de avond van de 27ste verzameld bij het Joodse Schooltje. Daar werden gedichten voorgelezen waarna zij de weg hebben gelopen die de Leekster Joden 70 jaar eerder naar het gemeentehuis van Leek liepen. Buiten bij het Gemeentehuis wachtte Burgemeester Hoekstra de vrijwilligers op en voegde zich bij de herdenking.  

Hier werd het volgende voorgelezen:

In het Gemeentehuis schreef Roos Oudgenoeg die nacht nog twee briefkaarten:
Leek Vrijdagnacht !
” Beste vrienden. Wil u even berichten dat ze ons vannacht om twaalf uur weggehaald hebben. We zitten nu nog in ’t gemeentehuis en gaan met de tram weg. Nou mensen het beste hoor. ‘K hoop u allen weer te zien, We hebben goeden moed, Nu dag hoor vele groeten van Roos en kinder”

en

Beste vrienden,
"Zoals u wel al weet natuurlijk zijn wij nu weg. Elly wou nog naar jullie toe vannacht maar dat mocht niet. Nou, mensen ik hoop dat we gauw weer terugkomen, want we komen weer hoor.
We zitten nu in het gemeentehuis. Wij zijn om half een weggehaald door drie polities.
Nou wat ons te wachten staat, ik weet het niet, maar we houden moed hoor, we komen terug hoor.  Nou dag het beste gewenst, vrouw Oudgenoeg, Sophie en Elly"

De volgende dag werden zij afgevoerd naar Westerbork.
De gezinnen hoopten dat zij in Westerbork herenigd zouden worden met hun man en vader of zoon.
Hoe konden zij weten dat de mannen op het allereerste transport zaten en vrijwel niemand meer leefde, dat ze in Auschwitz waren vermoord.

Van uit Westerbork schreef Roos op een briefkaart:
Beste vrienden !
" Net nog een pakje ontvangen en hiervoor mijn hartelijke dank. We moeten vertrekken, dus niets meer zenden.
Geef vooral alle Leeksters de groeten en we gaan vol goeden moed hoor en we hopen terug te komen.
Het is hier vreselijk. Ik ben blij dat we hier weg gaan.
Nou t beste met u allen hoor en gegroet van Roos en kinder
"
 
Roos en haar dochters Sophie 18 jaar oud en Elly 14 jaar oud werden op 11 december vergast.
Van alle 61 Joden die uit Leek werden weggevoerd keerde niemand terug, allen werden vermoord.

 


 

 

Jubileum

Viering van het 15 jarig bestaan van het museum het 'Joodse Schooltje '

 

Op donderdag 22 april en 26 april 2010 werd met bijzondere activiteiten gevierd dat het  "Joodse Schooltje" dit jaar 15 jaar bestaat.  

In het museum werd in een kleine tentoonstelling de geschiedenis van de Joodse familie van Dam uit Leek uitgelicht. Dit naar aanleiding van de documentaire ' Het wonder van de brief ' die werd vertoond. Een brief van de in Leek geboren Jakob van Dam aan zijn verloofde Rosa Benima die in de jaren negentig werd gevonden.

 

    ' s middags bezoek in het 'Joodse Schooltje      

 

Op de Joodse Begraafplaats aan de Diepswal in Leek werden 's middags twee rondleidingen

gegeven.  

 

 

’s Avonds werd een bijeenkomst in de kerk ‘De Hoeksteen’ in Leek georganiseerd met een avondvullend programma.

          De avond werd ingeleid door een optreden van de muziekgroep

Trio C tot de Derde, die prachtig gespeelde Klezmer muziek ten gehore bracht. 

 

Rabbijn Tamarah Benima hield een bijzondere toespraak waarin zij ook haar familiebanden met Rosa Benima uit de documentaire, in herinnering bracht.

           Rabbijn Benima             Lineke Rijnveld dankt rabbijn Tamarah Benima

Rabbijn Benima benadrukte dat het bijzonder was dat niet de synagoge maar juist het Joodse schooltje in Leek was blijven bestaan.

  

 

  De documentaire ‘Het wonder van de brief’ gemaakt door Hans Wynants en Gerald Bronkhorst werd

  vervolgens vertoond.

 

 

Beschrijving van de inhoud van:  "Het wonder van de brief" 

Het begon bij de verbouwing van een oud huis: de vondst van een vergeelde met de hand geschreven brief  zonder geadresseerde en zonder afzender. Gevonden achter een losse plank. De vindster gooide het papier niet weg maar raakte geboeid door de vondst. Na een jarenlange zoektocht, waarover de film verhaalt, blijkt het te gaan om Jakob van Dam, een godsdienstleraar uit Leek. Vanuit dit bij Groningen gelegen plaatsje, waar hij in 1884 werd geboren, schreef hij zijn toekomstige verloofde, de Duitse Rosa Benima, die in het Duitse stadje Bunde woonde. Met deze Schatz trouwde hij en ze verhuisden, waarschijnlijk begin vorige eeuw, naar de Schimmelpenninckstraat in Amersfoort waar hij chazzan werd. Na een onderduikperiode in Zeist vanaf waarschijnlijk halverwege 1942, werd het echtpaar op 9 maart 1944 gearresteerd, naar het politiebureau in Utrecht gebracht en via Westerbork naar Auschwitz. Hier vonden ze ruim twee weken later, op 26 maart, de dood. 

De filmmakers spoorden oud leerlingen van Van Dam op. Een van hen onderstreept dat Van Dam hen niet wilde belasten met al het huiveringwekkende dat er zou kunnen gebeuren: 'Het ging hem om de lessen. Hij liet ons niet merken hoe slecht de omstandigheden waren. Tijdens een van zijn lessen zagen we hoe de Jeugdstorm de synagoge aan de overkant van de straat kort en klein sloeg. Na een korte onderbreking zei Van Dam: ‘We gaan door’. Hij was machteloos en sprak nergens over, ook niet toen er opeens kinderen van school verdwenen.

 

Rosa en Jakob

Dat gebeurde ook met Van Dam zelf. Eerst dook hij met zijn vrouw onder. We zien de plek in het huis in Zeist, Eikenlaan 9. En even later, in het gemeentearchief van Zeist, huivert de archivaris als hij de documenten in handen heeft waaruit de arrestatie door de Sicherheitspolizei en de dood van Van Dam en zijn vrouw blijken: ‘Wat een vreselijke drama’s gaan er schuil achter die kille cijfers’.

Volgens de meest ontroerende persoon in de film, Ferdy, de 93-jarige dochter van Jacob van Dam, is hij ‘door praten opgepakt. Er kwam een jonge onderduiker bij en die heeft gepraat,’ zegt deze hoogbejaarde en kwetsbare vrouw die door de filmers prachtig is vastgelegd. Ze woont in Chicago en we zien hoe Ferdy, die tijdens de oorlog op een ander adres in Zeist was ondergedoken, zich goed probeert te houden als ze over haar ouders praat. Een keer zocht ze hen op tijdens de onderduik. 'Ik weet nog heel goed dat mijn moeder zei dat ‘als er iemand gepakt moet worden, dan hoop ik dat ik het ben en dat mijn kinderen gespaard blijven. Ik kan niet verdragen dat ik leef en mijn kinderen niet’. Dit is het laatste wat ik van haar hoorde. Voor Ferdy, die haar vader een ideal mens noemt, is het vergeelde stuk papier de enige overgebleven herinnering aan haar vermoorde ouders. Maar wat staat er eigenlijk in de brief? Niet veel bijzonders, zegt regisseur Hans Wynants. 'Vooral huishoudelijke mededelingen over hun aanstaande verloving en passages zoals ‘Du liebst mir, du bist mir gut, darum bin ich froh und wohl gemut, mein Herz schlagt warm im kalten Nacht, wenn ich an treu lieb von dir gedacht’. Maar hoe poëtisch ook, als Van Dam het hierbij had gelaten, dan zou Het wonder van de brief niet zijn gemaakt. Het zijn namelijk de Jiddische woorden die aanknopingspunten boden. Zo vraagt hij Rosa of ‘die jongen’ weet dat zij de ‘kalle’ is, ‘hoopt hij zich ‘op chanoeka te kunnen verloven’ en maakt hij bezwaar tegen het versturen van uitnodigingen: ‘Als ik hieraan begin moet ik de ganse kille er een sturen. Daarom wil ik een advertentie in de courant plaatsen.’ We moeten Van Dam postuum danken voor zijn woordkeuze.

 

 

Na het vertonen van de documentaire kon men in een aangrenzende ruimte de houtskooltekeningen van de Joodse kunstenares Mirjam Cobelens bezichtigen.

                           

 


 

Op maandag 26 april hield Maurits Valk (vrijwilliger bij het Joodse Schooltje) een lezing over het leven van de Joodse familie Valk tijdens de Tweede Wereldoorlog. Maurits kwam als baby met zijn ouders, broers en zussen via Vught in Westerbork terecht.  De gehele familie overleefde Theresienstadt, wat een wonder genoemd kan worden.                                                  

  Maurits Valk