MUSEUM JOODSE SCHOOLTJE
JOODSE
SCHOOLTJE

Het ontstaan van het dorp Leek.

De oorsprong van Leek is verbonden met de afgraving van het hoogveengebied tussen de zandrug Vredewold en de zandgronden van Drenthe. Wigbold van Ewsum, bewoner van de borg Nienoord, liet in 1556 het Leekster Hoofddiep graven voor de afwatering en het toegankelijk maken van het gebied voor de winning van turf. Bij de kruising van dit kanaal met de zandweg van Midwolde en Tolbert naar Roden ontstond bij de eerste sluis vanaf het Leekstermeer het dorp Leek. De economische activiteiten rond veenarbeiders en turfschippers trokken ook veel andere mensen aan, waaronder kooplui en handelslieden.

Juist omdat in Leek ‘veel’ handel werd gedreven kwamen hier ook Joden wonen. Al in 1705 werd in de archieven melding gemaakt over een Joodse inwoner van Leek. De eerste Joden waren kooplieden en slagers. Joden mochten destijds geen lid worden van een gilde en werden ook uit andere beroepen geweerd. In 1796 kregen de Joden in Nederland gelijke burgerrechten. De Joodse gemeenschap van Leek groeide gestaag. De eerst Joden die zich vestigden werden de stamhouders van de families van Dam, Aptroot, van der Reis, Lehmans, Wijnberg, Israëls, Levie en meer. Er kwam een Joodse begraafplaats aan de Diepswal en in 1809 werd de synagoge in gebruik genomen. Vijftig jaar later, in 1855 werd een paar huizen verderop de Joodse school geopend. De Joodse kinderen kregen hier godsdienstonderwijs en les in het Hebreeuws. Om economische redenen verlieten aan het einde van de 19de en het begin van de 20ste eeuw veel mensen Leek waaronder ook Joodse families zoals de familie Aptroot en andere Joodse jongeren. Men trok naar steden als Groningen en Amsterdam. 

Vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog woonden nog ongeveer 90 Joodse mensen in Leek, de meeste families al sinds vele generaties. Zij waren volledig geïntegreerd in het dorpsleven. Men was bijvoorbeeld winkelier, dansleraar, voorzitter van de ijsvereniging of lid van het gemeentebestuur. De manufacturenwinkels van Aptroot en Denneboom en de exportslagerij van ‘van Dam’ waren tot in de wijde omgeving bekend.


 

Na de tweede wereldoorlog

Na de oorlog werden de synagoge en de Joodse school voor andere doeleinden in gebruik genomen. Uiteindelijk werd het synagogegebouw een groentewinkel en deze werd het in 1978 afgebroken. De straatnaam Synagogeplein is het enige wat nog rest.

Het gebouwtje van de Joodse school, werd als schuur gebruikt. Deze moest in 1994 wijken voor de aanleg van een fietspad. De Gemeente Leek was van mening dat dit gebouw als monument bewaard moest worden, en gaf medewerking aan de restauratie en wederopbouw. De Samuel Levie Stichting financierde en droeg de zorg voor de inrichting van het gebouw.

Het Joodse Schooltje kreeg hierna de functie van monument ter herinnering aan de eenenzestig vermoorde Joodse burgers van Leek en werd ingericht als educatief museum. De Samuel Levie Stichting is verantwoordelijk voor het beheer van dit museum.