MUSEUM JOODSE SCHOOLTJE
JOODSE
SCHOOLTJE

Herdenking op 27 november van alle in 1942 en 1943 weggevoerde Joden uit de gemeente Leek. 

In de zomer van 1942 werd op 7 juli de eerste groep Joodse mannen tussen de achttien en vijfenvijftig jaar oud opgepakt en naar Westerbork gedeporteerd. Zij zouden in het zogenaamde ‘werkkamp’ Westerbork gaan werken. De meeste mannen gingen daar niet aan het werk maar werden op de eerste twee transporten van 15 en 16 juli uit Westerbork naar Auschwitz doorgestuurd.

Tussen 7 juli en 27 november kwamen nog enkele families in Westerbork terecht .

De grootste groep Joden werd op vrijdag avond 27 november opgepakt. Het was sjabbat-avond en iedereen was thuis. Rond twaalf uur ’s nachts werden ze naar het gemeentehuis van Leek gebracht. Daar werden zij gevangen gehouden en op zaterdag met de Drachtstertram weggevoerd via Groningen naar Westerbork.

Een paar zieke ouderen en een verzorgend familielid werden in februari 1943 opgepakt en naar Westerbork getransporteerd.

Van alle 62 Joden die zijn opgepakt keerde slechts één vrouw, Ruth Stein-Issen uit de kampen terug. Zij was voor de oorlog met haar man uit Duitsland gevlucht en woonde in Oostwold.

Tien Leekster Joden zijn in het najaar van 1942 ondergedoken en hebben de oorlog overleefd, waaronder een baby.

 

Herdenking ceremonie 2012. 

Op 27 november 2012 werd herdacht dat de Joden uit Leek en Oostwold zeventig jaar geleden werden opgepakt en naar Westerbork werden afgevoerd. Vanuit Westerbork werden zij op transport gezet naar de vernietigingskampen.

De herdenking begon bij de plaquettes aan het Joodse Schooltje en eindigde na een wandeling naar het gemeentehuis van Leek met een korte afsluiting bij het gemeentehuis.

 

Herdenking ceremonie 2017 

Met een herdenking bij het Joodse Schooltje en een lichtjeswandeling door Leek werd op maandag 27 november 2017 herdacht dat de Joden uit Leek en Oostwold vijfenzeventig jaar geleden werden opgepakt en naar Westerbork werden afgevoerd.

De herdenking ceremonie begon bij het Joodse Schooltje met het voorlezen van de namen van de vermoorde Joodse inwoners van Leek. Daarna volgde een wandeling met lichtjes door het centrum naar het gemeentehuis van Leek. De herdenking werd afgesloten in het gemeentehuis van Leek.

 

Toespraak door Martin de Boer bij de afsluiting van de herdenking in het gemeentehuis van Leek .

 

Toespraak door Martin de Boer .

De 20-ste januari 1942 is in Berlijn een prachtige winterdag. Het is wel ijskoud maar de  zon vergoedt veel. Vijftien personen zitten in de chique eetzaal van een luxe villa aan de Wannsee. Op tafel ligt een lijst met daarop het getal van 11.000.000 personen uit heel Europa. De discussie gaat over hoe zetten we gang in de 'Endlösung der Judenfrage'? Het moet sneller. Het wordt hoog tijd dat Hitlers profetie: 'wanneer het tot een oorlog komt, betekent dit de vernietiging van het Joodse ras' in vervulling gaat.(2) Ze zijn het volledig eens met elkaar dat Europa 'Judenfrei' moet worden. De notulist, Adolf Eichmann, noteert daarom in zijn verslag:'evacuatie naar het Oosten'.(3)  Een verhullende aanduiding voor deportatie naar kampen om nooit meer terug te keren. Er wordt nog wat gepraat over wie nu eigenlijk als Joden moeten worden beschouwd. Na een uur zijn ze klaar en drinken op de goede afloop met elkaar een glas champagne.

De effecten van deze conferentie laten zich voelen van Noorwegen tot Griekenland, dus ook bij ons in het Westerkwartier. Op 7 juli worden in Leek 15 joodse mannen opgepakt en op dezelfde dag nog vertrekken ze met de Drachtster tram. Hebben ze het door wat hen boven het hoofd hangt? Abraham Woudstra had kort daarvoor gezegd: 'Ze zeggen dat wij naar Duitsland gevoerd zullen worden. Ik houd dat voor praatjes. De Duitsers zullen gek zijn zoveel arbeidskrachten in oorlogstijd onbenut te laten. Ze zullen ons in de fabrieken aan het werk zetten, ter vervanging van de Duitsers die in militaire dienst zijn.'(4)  

Als de Drachtster tram vertrekt roept Simon Oudgenoeg nog verschillende keren: 'Ik kom terug'. (5)  Maar al op 12 augustus wordt Abraham Woudstra vermoord in Auschwitz en ruim een maand later overkomt Simon Oudgenoeg hetzelfde vreselijke lot.

Het zonder pardon oppakken en wegvoeren blijft doorgaan na juli 1942. We hebben de namen zojuist bij het 'Joodse schooltje' kunnen horen. De grootste uittocht komt in de nacht van 27 op 28 november. Uitgerekend in een sabbatsnacht. Tja, dan zijn ze zeker thuis. En vanuit het gemeentearchief wordt zonder mankeren hun precieze adres door gegeven aan de plaatselijke politie.(6)

Een inwoner van Leek noteert in zijn dagboek: 'In de nacht van 27 op 28 november zijn nu ook de Joodse vrouwen afgevoerd. Hun koffers stonden al gepakt, want zij hadden dit verwacht, soms zelfs verlangd, menende naar hun mannen te gaan'.(7)  Niet ieder was zo argeloos. Caroline van Dam-Benima zei bij haar afscheid: 'Ik heb mijn man verloren (Jozef van Dam was op 5 januari verongelukt db) en Leo, mijn jongste zoon is gedeporteerd naar Polen, ik voel dat hij niet meer leeft'. (8)  Dat gevoel was juist. Ook Leo is in Auschwitz vermoord. Een Leekster verzucht: 'En wij doen niets. Wij schelden op de nazi's. Wij zien de Joden met tranen in de ogen vertrekken, maar wij doen niets. Wat kunnen wij doen? Het is onze beurt om weg te kruipen als muizen. Maar de Nazi rust niet. Hij zal ook ons wel vinden op onze tijd'. (9)

Alle Leekster joden kwamen in Westerbork terecht. 'Er heeft in de bezettingsjaren 1940-1945 in Drente een Joodse stad gestaan van een honderdduizend inwoners' (10) schrijft J. Presser in het 'Ten geleide' van het onthullende boek van Philip Mechanicus 'In depot Dagboek uit Westerbork'. Kamp Westerbork was een schijnwereld waarin gevangenen rustig werden gehouden om ze vervolgens zonder mededogen op transport te stellen. 93 maal kon de deportatietrein Nederland verlaten.

Er was vanuit Westerbork briefcontact mogelijk met de buitenwereld. Daaruit blijkt dank voor de voedselpakketten uit Leek. De gevangenen wisten dat ze niet vergeten werden. Ducie Denneboom schreef op 4 september 1943 'ons gaat het best, we werken prettig, zijn op 't ogenblik aan 't aardappelrooien'. Maar dat was te mooi, er was censuur. Veel over de werkelijke toestand moest verzwegen worden. Toch wist Golda van Dam- van Coevorden in een brief aan familie De Poel door te geven: 'Als ik het nog eens beleef dat ik uit deze hel kom....'  Van haar hebben we ook een kort bericht dat vermoedelijk uit de transporttrein naar het Oosten is geworpen met de woorden: 'Hiermede bericht dat mevr. G. van Dam-van Coevorden naar het buitenland vertrokken is'. Haar laatste levensteken op weg naar de grote vernietiging.

Van de 62 Leeksters kwam alleen Ruth Issen terug. Een triest balans dat we nooit mogen vergeten.

Het is goed dat u, jij vanavond hier bent. Stilgestaan hebt bij hen die Leek na hun wegvoering in 1942/1943 nooit hebben teruggezien. Het is goed dat u/jij gelopen hebt door de straat waar zij eens woonden. Terecht dat u/jij even gekeken hebt naar de Stolpersteine die daar geplaatst zijn te hunner nagedachtenis.(11)

Eén van de overlevenden van de joodse gemeente van Leek, Frederika Elburg-van Dam, gebruikte in 1984 juist de woorden 'te hunner nagedachtenis'. Ze pleitte toen voor een gedenkteken, een gedenkplaat dat erin herinnert dat 'onschuldige mensen, waaronder grijsaards en kleine kinderen om hun Jood-zijn werden verdreven en vermoord'. (12) 

Dat is er door inzet van velen gekomen. De wens van Frederika Van Dam- Elburg is in vervulling gegaan.

Het is onze plicht nooit het verschrikkelijke te vergeten wat eens het joodse volk is overkomen en aangedaan in en rond de Tweede Wererldoorlog. 

In villa Wannsee circuleerde op 20 januari 1942 de lijst met 11 miljoen. Meer dan halverwege zijn die kwaadaardigen gekomen. Ontstellend. In Bergen-Belsen, de plek waar Ducie Denneboom werd vermoord, staat vandaag een herdenkingssteen met de woorden 'Nie wieder' in vele talen. Nooit weer. Daartoe wil de 'Samuël Levi Stichting' al vele jaren bijdragen. Vandaar de tocht van vanavond 75 jaar na de grote wegvoering op 27 november 1942. Te hunner nagedachtenis.

 

Noten:

Deze drie woorden van F. Elburg-van Dam zijn te vinden bij Drs. G.J. van Klinken en mr. J.H. De Vey Mestdagh:'De Joodse gemeenschap in het Groninger Westerkwartier, Peize en Roden'. 1985 p. 153.

Der Weg in der Holocaust, Die Wannsee-Konferenz und die '' Endlösung der Judenfrage”, Die Zeit Geschichte 1/2017 p. 94.

'Encyclopedie van de Holocaust' onder redactie van Dr. Robert Rozett en Dr. Shumel Spector 2003 p. 473

Mr. Hillebrands: 'Omzien op twaalf jaar dienstplicht' p. 170 (in bezit archief 'Joodse schooltje')

'De Joodse gemeenschap in het Groninger Westerkwartier, Peize en Roden' p. 151

Dat niet alle politiemensen en Nederlandse marechausses meewerkten blijkt uit Dr. L. de Jong:'De bezetting' 1985 p.380vv. Daar wordt het verhaal verteld van een reactie vanuit de naburige gemeente Grootegast. Dat gaat o.a. over veldwachter Boonstra en de daar functionerende brigade die allen weigerden te gehoorzamen aan het bevel om een Joodse familie in de omgeving te arresteren en naar Westerbork te brengen. Met z'n elven moesten ze als gevangenen in een auto stappen. Eén van de Duitse politiemannen telde ze en zei:'Es stimmt'. Boonstra reageerde met:'Het is fout, het zijn er twaalf, u hebt God vergeten, Hij gaat met ons mee, altijd'. 

Hillebrands a.w. op 30/11/1942.

'De Joodse gemeenschap in het Westerkwartier, Peize en Roden' p.151.

Hillebrands a.w. p. 175.

Philip Mechanicus: 'In Depot Dagboek uit Westerbork' 2008 p. 19.  J. Presser geeft in zijn hartverscheurende tweeluik 'Ondergang De vervolging en verdelging van het Nederlandse Jodendom' 1965 een compleet beeld van deze verschrikkelijke feiten uit de Nederlandse geschiedenis.

In 2015 bezochten Hertha en Selma Denneboom uit Israël (zij hebben via onderduik de oorlog overleefd evenals hun moeder) Leek vanwege het leggen van Stolpersteine voor hun familieleden die in de Tweede Wereldoorlog vermoord waren. Selma zei daarbij: 'Vandaag voelt als een begrafenis. De in de kampen vermoorde familieleden hebben nooit een graf gekregen. Nu zijn er stenen met hun namen op de plek waar ze woonden. Het is alsof we hen vandaag hebben begraven. Rosanne de Boer in 'Reformatorisch Dagblad 13 november 2015.

'De Joodse gemeenschap in het Groninger Westerkwartier, Peize en Roden'. p. 152v.